Milieu

Melkveehouderij
De afgelopen jaren is de belasting van het milieu door de melkveehouderij aanzienlijk afgenomen. Het gaat hier om de mineralen stikstof en fosfaat en om ammoniak. Een overschot aan deze meststoffen is schadelijk voor de kwaliteit van de natuur.
Als de veehouder meer mest op het land brengt dan het gras of een ander gewas op kan nemen, zakken de meststoffen met het regenwater de bodem in. De mest komt vervolgens in het grondwater of het spoelt naar de sloot. Om deze reden mogen veehouders doorgaans van half september tot februari geen mest over het land uitrijden. In die periode neemt het gras namelijk heel weinig meststoffen op.

Als er mest over het land wordt uitgereden, verdwijnt er bovendien ammoniak in de lucht. Die daalt op een andere plaats neer in de natuur. Daarom mogen veehouders mest tegenwoordig alleen nog in de grond injecteren en niet meer met een giertank over het land uitsproeien.
Het gebruik van mest op het land is gebonden aan zogenaamde gebruiksnormen. Deze stellen een maximum aan de hoeveelheid meststoffen.

Ook de uitstoot van het broeikasgas methaan is aanzienlijk verminderd. Dit was mede te danken aan de daling van het aantal koeien.

Mineralen en ammoniak uit mest19952005
- Stikstof (kg per ha)349188
- Fosfaat (kg per ha)6038
- Ammoniak (mln kg)7050
   
Broeikasgassen  
Uitstoot methaan (mln kg)376327